|
De risico's bij brand in een kamerverhuurbedrijf zijn groter dan in een standaard woning:
- het pand wordt intensiever gebruikt er zijn gemiddeld meer mensen in een pand
- de kamer is vaak woonkamer, slaapkamer en eetkamer
- hoeveelheid elektrische apparatuur is groot: koelkast, kookplaat, koffiezetapparaat, stereo, tv, computer, alles wordt gekoppeld, zware belasting elektriciteitsnet, grote kans op brand
- geen gelijke mate van alarmering, sociale controle in klein
- wie is aan- en afwezig
- hogere woonlagen geven gemiddeld een langere vluchtweg
- vluchtwegen niet vrij van fietsen en opslag
De regels voor kamerverhuur
Samen zorg je voor brandveilig wonen. De verhuurder zorgt dat hij zijn pand in orde heeft voor de bewoners. De brandweer controleert dat in opdracht van de gemeente. Het ligt aan verschillende factoren zoals de grote en de ouderdom van een pand welke regels er gelden. Basisregels:
- er kan een brandmeldinginstallatie aanwezig zijn, die in alle gezamenlijke ruimte te horen is
- er is een duidelijke vluchtroute aanwezig en een ontruimingsplan als het pand een brandmeldinstallatie heeft
- zijn er etages dan moeten er doorgekoppelde rookmelders zijn, zodat ze allemaal afgaan. De kamers moeten 30 minuten brandwerend zijn. Dat is in de meeste gevallen zo, omdat er vaak maar één vluchtweg is. Zijn er meer vluchtwegen, dan hoeft dat niet.
- rookmelders hoeven niet in een toilet, badkamer en meterkast
- de deuren in de vluchtroute moeten gemakkelijk naar buiten toe opengaan
- Er is op elke verdieping een blustoestel met 6 kg poeder of 6 liter sproeischuim of er is een brandslanghaspel die toereikend.
- De vluchtroute om jezelf in veiligheid te brengen, mag niet langer zijn dan 15 meter in als nieuwbouw getoetste panden. In bestaande bouw mag de vluchtroute 45 meter zijn.
Wanneer is een pand een kamerverhuurbedrijf:
- kamerverhuur moet bedrijfsmatig zijn
- meer dan 4 personen wonen er
- er moeten afzonderlijke huurders zijn
- de bewoners hebben geen sociale band met elkaar of de verhuurder
- mag geen woongroep zijn
- geen gezinsvervangend tehuis
- de bewoners voeren geen gezamenlijk huishouden
- geen woning met een hospita
- geen woning die door ouders is gekocht voor studerend kind
- geen huishouden voor seizoenarbeiders
|