brandweerman zonder helm
Zeg nooit nooit!
Brand kan ook jou overkomen!
nieuwsbreif nieuwsbrief   |   sitemap
logo brandweer
brandweer
OVERBETUWE
zoeken

Nodeloze brandmeldingen

onderzoek naar de melding

De brandweer moet meerdere malen per dag uitrukken naar brandmeldingen van een automatische brandmeldinstallatie of brandblusinstallatie. Vaak blijken deze meldingen niet veroorzaakt door een brand, maar door bijvoorbeeld roken, werkzaamheden als koken, stof, uitlaatgassen van heftrucks, enzovoort.

Een loos alarm is voor alle partijen vervelend. Loos alarm kunt u onder andere voorkomen door uw brandmeldinstallatie goed te beheren en te onderhouden. Let er ook bij verbouwingen op dat u geen loos alarm veroorzaakt.

Eisen

 

Het instrueren van uw medewerkers over het gebruik van de brandmeldinstallatie

Uw medewerkers moeten uiteraard weten dat er in het gebouw een brandmeldinstallatie aanwezig is en

wat zij moeten doen in het geval van een brandmelding. U moet uw medewerkers er ook van bewust maken dat bepaalde activiteiten en werkzaamheden ongewenst/onecht alarm kunnen veroorzaken. Denk

daarbij bijvoorbeeld aan werkzaamheden als koken, slijpen en boren. Overweeg of dergelijke werkzaamheden beter ergens anders of op een andere wijze kunnen worden uitgevoerd, of dat deze met behulp van extra voorzieningen kunnen doorgaan. Alleen in uiterste instantie mogen, ter voorkoming van loos alarm, melders tijdelijk worden uitgeschakeld. Dit is ook alleen maar toegestaan met goedkeuring van de brandweer en (indien van toepassing) met goedkeuring van de verzekeraar of andere eisende partij.

 

Beheer de installatie conform de geldende voorschriften

Beheer van brandmeldinstallaties moet gebeuren volgens de norm NEN 2654-1. Hierin is onder andere aangegeven dat een beheerder moet zijn aangewezen die is opgeleid in de omgang met brandmeldinstallaties (een zogenaamd 'opgeleid persoon'). De taken van deze beheerder zijn onder meer het instrueren van de overige medewerkers en gebruikers en het periodiek controleren van de brandmeldinstallatie. Als uw bedrijf nog geen opgeleid persoon heeft, informeer dan eens bij uw branddetectie-, installatie- of onderhoudsbedrijf naar de opleidingsmogelijkheden.

 

Noteer een loos alarm altijd in het logboek

Vermeld elk loos alarm, storingen en handelingen aan de brandmeldinstallatie in het logboek van het

brandmeldsysteem. Noteer welke melders loos alarm gaven, de datum, het tijdstip en de vermoedelijke

oorzaak. Daarmee geeft u het deskundige branddetectie-, installatie- en onderhoudsbedrijf én de brandweer de noodzakelijke informatie om het probleem samen met u op te lossen.

 

Zorg voor een adequaat onderhoud en controle van uw brandmeldsysteem

Vervuiling van melders en defecten in de installatie kunnen loos alarm veroorzaken. Zorg voor regelmatig

en adequaat onderhoud en controle van het brandmeldsysteem door een deskundig branddetectie-,

installatie- of onderhoudsbedrijf. Controle en onderhoud dienen te gebeuren conform de norm NEN 2654-1. Controleer of dit in de onderhoudsovereenkomst is vastgelegd. Als uw brandmeldsysteem sterk verouderd is en dit een oorzaak is van het toenemen van loos alarm, moet u vervanging van de gehele installatie overwegen.

 

Zorg voor voldoende ventilatie

Een ongewenst alarm kan het gevolg zijn van onvoldoende ventilatie van ruimten. Rook, damp, hitte en andere op brand lijkende verschijnselen kunnen leiden tot brandalarm. Door bewust te ventileren of het aanpassen van het ventilatiesysteem aan de plaatselijke omstandigheden (voldoende afzuiging boven ‘storende bronnen’) kan ongewenst alarm worden voorkomen. Uiteraard moet het ventilatiesysteem regelmatig worden gecontroleerd en onderhouden (onder andere filters reinigen).

 

Verplaats melders of storende bronnen, indien noodzakelijk

Ongewenst alarm door automatische melders wordt ook veroorzaakt doordat melders te dicht bij ‘storende bronnen’ zijn geplaatst zoals ovens, vaatwassers, fornuizen en douches. Ongewenst alarm door handbrandmelders kan het gevolg zijn van baldadigheid of beschadiging van de handmelders door werkzaamheden of bepaalde (sport)activiteiten. Verplaatsing van melders of de storingsbron kan vaak uitkomst bieden. Zo kunnen handbrandmelders worden ondergebracht in brandslanghaspelkasten, mits dit op de kastdeur wordt aangeduid met een pictogram. Verplaatsing van melders mag alleen gebeuren na toestemming van de eisende partij(en). Bij gecertificeerde installaties moet u tevens de goedkeuring van de certificeerder van de brandmeldinstallatie hebben.

 

Controleer of het juiste meldertype is toegepast

Brandmelders moeten geschikt zijn voor de plaatselijke omstandigheden. Standaard rookmelders zijn vaak niet geschikt voor ruimten waarin rook en damp voorkomen. Vervanging door een ander meldertype kan uitkomst bieden, bijvoorbeeld door (intelligente) multisensormelders, die pas reageren als meerdere brandverschijnselen tegelijk voorkomen (bijvoorbeeld temperatuur- én rookontwikkeling). Een deskundig branddetectie-, installatie of onderhoudsbedrijf kan u aangeven welke melders in uw geval mogelijk een oplossing bieden. Vervanging van melders mag alleen gebeuren na toestemming van de eisende partij(en). Bij gecertificeerde installaties moet u tevens de goedkeuring van de certificeerder van de brandmeldinstallatie hebben.

 

Gebruik de aanwezige mogelijkheden van uw brandmeldsysteem

Brandmeldsystemen beschikken vaak over mogelijkheden om ongewenst alarm te voorkomen zoals:

-Vooralarm

-Dubbeltestmethode

-2-Melder- of 2-groepsafhankelijkheid

-Toepassing van (intelligente) multisensormelders

 

Raadpleeg uw branddetectie-, installatie- of onderhoudsbedrijf en vraag wat de mogelijkheden zijn van uw brandmeldsysteem. Bij toepassing van 2-melder- of 2-groepsafhankelijkheid moet rekening gehouden worden met eventuele plaatsing van extra melders. Indien uw brandmeldcentrale geen adequate mogelijkheden biedt ter voorkoming van ongewenst alarm, overweeg dan vervanging van de apparatuur. Ook hier geldt dat aanpassingen kunnen worden uitgevoerd na toestemming van de eisende partij(en). Vertraging in de doormelding naar de brandweer voorkomt niet uw inzet bij een brandmelding. Het geeft u wel de mogelijkheid om eerst te kijken of het een echt brandalarm dan wel een loos alarm is, alvorens de brandweer wordt gealarmeerd. De vertragingstijd dient in overleg met de brandweer te worden bepaald. Let er wel op dat een vertraging in de doormelding wel de brandweer ontlast, maar niet uw organisatie.

 

 


© Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden     Webdesign: Qood